“Martin, heb je wat met schapen?”
19-06-2019Wolken drijven voorbij boven het Goorse Industrieterrein Zenkeldamshoek. In een weiland wijzen schaapherders Martin en Max Wormmeester naar twee ooien, waar lammetjes achteraan hobbelen. Ze zijn kort geleden ter wereld gekomen, want de nageboorte is bij één moeder nog zichtbaar. “Deze periode, de lammertijd, is prachtig”, zegt Martin, terwijl hij zijn ogen langs de kudde laat gaan. “Inmiddels doe ik dit werk vijftien jaar en van één ding heb ik spijt. Ik had veel eerder schaapherder moeten worden.”
Martin (62, midden op foto) en Max (33, rechts op foto) zijn vader en zoon. Samen runnen ze het bedrijf Hof Schoapkes. Hun schaapskudde begraast verschillende terreinen voor instanties zoals waterschappen. Rond Goor beheert Hof Schoapkes diverse percelen in opdracht van Gildebor. Het gaat om zo’n 15 hectare. Ronnie Rouwenhorst (links op foto), assistent-uitvoerder bij Gildebor, wijst naar een veld aan de andere kant van de weg. “Dat is het schouwbeeld dat ons voor ogen staat”, zegt hij, “Mooi kort begraasd. Het doel is om de kudde op jaarbasis drie keer in te zetten op elke locatie.”

Een vraag uit het niets
Martin heeft tot 2003 altijd met mensen gewerkt. Van het heropvoeden van jeugdcriminelen tot het begeleiden van vluchtelingen. Toch komt hij door omstandigheden zonder werk te zitten. Op een dag krijgt hij telefoon van een gemeentemedewerker. “Martin, heb je wat met schapen?”, vraagt de stem aan de andere kant van de lijn, “En kun je een beetje met honden overweg?”
Voor hij er erg in heeft, werkt hij als leerling-schaapherder bij Hans Abbink. “Mijn stage ben ik begonnen met stront scheppen”, zegt Martin lachend, “Tegenwoordig hebben Max en ik een eigen kudde van ruim 400 Kempische schapen.”
Jack ‘de compagnon’
Toch doen Martin en Max het werk niet alleen. Onmisbaar zijn hun schaapshonden Jack en Spike, bordercollies. “De kudde van ons af drijven is makkelijk voor ze”, zegt Max, “Maar de schapen in onze richting sturen is lastiger. Dat vergt training.”
Na een commando van Max rent Jack met een boog om de kudde heen. Daar blijft hij, ineengedoken, achter de schapen wachten. Klaar voor de volgende instructie. De schaapherders vertellen dat ze dol zijn op Jack, maar dat het nodig is om een schaapshond af en toe te disciplineren. Niet iedere voorbijganger heeft daar begrip voor, maar het hoort nu eenmaal bij het vak. Jack is hun ‘verlengstuk’ in het veld en een herder moet volledig op zijn hond kunnen vertrouwen.

De opvolger
Max is opgeleid tot stuurman-werktuigkundige en hij heeft vijf jaar gevaren. Hij heeft zijn vader altijd geholpen met de schapen. Omdat Max erg geniet van het werk heeft hij in 2017 besloten om zich om te scholen. In Velp heeft hij een opleiding tot schaapherder gevolgd. Daar heeft hij alles geleerd over de wollige herkauwers, flora en fauna, dierziektes en het beheer van heideterreinen. “Vanaf het eerste jaar was ook het vak communicatie belangrijk”, zegt Max, “Want een herder moet natuurlijk uitleg kunnen geven aan voorbijgangers.”
Zijn interesse gaat vooral uit naar het vergroten van de biodiversiteit. “Door begrazing verschralen sommige plekken en op andere plekken laten schapen juist mest achter. Op zulke plekken krijg je na verloop van tijd ander planten- en insectenleven”, aldus Max.
Romantisch beeld bijstellen
“Voor Martin en Max is het beheer van deze 15 hectare lastig”, zegt Ronnie. De Gildebor-medewerker legt uit dat het gebied versnipperd is en dat de herders veel in de auto zitten om alle locaties af te gaan. Net als op industrieterrein Zenkeldamshoek worden terreinen afgezet met mobiele afrasteringsnetten. Het romantische beeld van de schaapherder op de heide is dus niet helemaal waarheidsgetrouw.
“Bovendien vasten schapen niet”, zegt Max, “Zeven dagen per week heb je de zorg voor de dieren. Ook moeten we regelmatig ’s nachts ons bed uit. Als een ooi lammert, maar ook als er schapen ontsnapt zijn. Bovendien moeten we altijd op pad. Ook wanneer het hagelt en stormt.”

Hulp en onbegrip
“Gelukkig bellen mensen als ze iets opvalt”, vertelt Max, “Want we kunnen niet overal tegelijk zijn.” Soms interpreteert het publiek een situatie echter verkeerd. “Daarom zetten we tegenwoordig eigenlijk te veel water klaar voor de schapen”, zegt Martin, “Mensen bellen namelijk om door te geven dat de schapen uitdrogen. Ze weten niet dat een schaap veel vocht uit zijn voedsel haalt.”
Max geeft een ander voorbeeld. “In de zomer worden mensen soms boos wanneer ze schapen zien lopen in een dikke vacht. Natuurlijk kan een schaap het warm hebben, maar een geschoren schaap kan in de felle zon verbranden.”
Martin en Max vinden dat ze de mooiste baan hebben die er is. Van één ding krijgt vader Wormmeester het echter benauwd. “Ooit hebben de schapen een wespennest verstoord en die kwamen bij mij verhaal halen. Dat hoop ik nooit weer mee te maken!”

Gildebor dankt Hof Schoapkes en de gemeente voor de goede samenwerking. Belangstellenden die een kijkje willen nemen bij het begrazingsbedrijf kunnen contact opnemen met Martin Wormmeester: 06 – 40 88 30 44.
